Home » De verkiezingen door de ogen van een cijfernerd – Deel 2: de overschatting van Vlaams Belang

De verkiezingen door de ogen van een cijfernerd – Deel 2: de overschatting van Vlaams Belang

  • by
Want to do a random act of kindness? Share this post.

Daar zijn Phara, Lieven, Ivan, Walter en Rik weer. Een paar duizend rode potloden worden geslepen en USB-sticks volgezet. De verkiezingen zijn in aantocht. Een duidelijk thema lijkt er niet te zijn, en het enthousiasme is eerder matig. Nog een week te gaan. Een uitstekend moment om eens door de cijfers te gaan. Geen paniek, ik leg alles in lekentaal uit en leg verwijzingen waar nodig.

Dit blogbericht is deel 2 van een drieluik over de politieke peilingen naar aanloop van de verkiezingen op 25 mei.
In deel 1 haalde ik aan dat er enkele problemen zijn met politieke peilingen die het moeilijk maken om die peiling ook te gebruiken om de politieke machtsverhoudingen in kaart te brengen. Eén van die problemen was bias. TNS en Ipsos lijken elk bepaalde partijen te over- of te onderschatten. Door die systematische bias in de cijfers te verrekenen kunnen we een accurater beeld krijgen. Die bias zouden we kunnen schatten indien elk bureau een peiling vrijgeeft één dag voor de verkiezingen. Dat hebben we niet, en TNS deed nog geen peilingen voor 2014. Daarom schatte ik bias in als de ‘gemiddelde verschillen per peilingbureau per partij over peilingen in de laatste 365 dagen’.

Door die bias te verrekenen worden de extreme verschillen tussen de twee peilingbureaus afgezwakt. We zien dit effect voornamelijk bij het Vlaams Belang en bij CD&V.

Maar ook dit resultaat ziet er niet echt een weerspiegeling uit van de realiteit. Verschuiven politieke/ideologische opvattingen en voorkeuren zo stokkerig, van peiling naar peiling? Ongetwijfeld zijn er gebeurtenissen die de politieke opinie van de ene dag op de andere beïnvloeden, maar het is nogal onnozel om het ons voor te stellen alsof politieke opvattingen de peilingkalender volgen. Daarom vlakte ik die pieken verder af door, voor elke peiling, de peilingen van minder dan 180 geleden toch nog te laten doorwegen. Als er twee peilingen zijn geweest, één op t en één op t-70 dan dal de peiling op t voor 180/250ste doorwegen, en de peiling op t-70 zal voor 70/280ste doorwegen.

Dat geeft best een overzichtelijk en realistisch beeld van de politieke machtsverhoudingen onder de Vlaamse partijen door de tijd heen, niet? We vergeten echter nog één ding. In parlementen wordt gezeteld. Om machtsverhoudingen te schetsen dienen we dus niet naar (het percentage van) de stemmen te kijken, maar naar het aantal zetels.

Het is echter kort door de bocht om simpelweg het aantal zetels te verdelen naargelang het percentage van de stemmen. Er is namelijk geen lineair verband tussen de twee. Vlaanderen kent 6 kieskringen die samenvallen met de provincies (+Brussel-hoofdstad). Zo kan een partij met 5% in West-Vlaanderen maar slechts 1% in de andere provincies toch een zetel hebben terwijl het Vlaams gemiddelde van die partij onder de kiesdrempel ligt. Daarom moeten we die peiling op Vlaams niveau gaan vertalen naar provincies. Het is ongetwijfeld te kort door te bocht om van een robuuste methode te spreken, maar we kunnen dat doen door naar de provinciale verschillen van elke partij bij de vorige verkiezingen in 2014 te kijken. Dit kunnen we verrekenen en op basis van dat verrekende percentage de zetels per kieskring toewijzen — met het systeem-D’hondt — aan een partij. In de volgende grafiek doen we dat voor het Vlaams Parlement.

Wat direct opvalt is het nagenoeg vlakke parcours dat werd afgelegd door Open VLD gedurende de laatste vijf jaar. Hoewel de recentste Ipsos-peiling een daling van bijna 5% tegenover de verkiezingen van 2014 weerspiegelt, is er eigenlijk weinig veranderd. Twee weken voor die verkiezingen onderschatte Ipsos Open VLD namelijk met bijna tweeënhalf procentpunt. In deel 1 beschreef ik hoe Ipsos-peilingen de Open VLD systematisch onderschatten. En ook Vlaams Belang werd met bijna twee procentpunt overschat. Die “forse winst” voor Vlaams Belang, dat valt dus nog te bezien.

Laat het duidelijk zijn: zelfs voor de verkiezingen in 2014 is mijn model niet 100% accuraat. Maar het komt wel degelijk in de buurt. We kunnen blijven zoeken naar die glazen bol die de verkiezingen zal voorspellen, maar ‘m vinden, dat zullen we niet. We kunnen de onzekerheid bij peilingen wel ‘meenemen’. Zo wordt bij een peiling altijd een foutenmarge gehanteerd, 3 percent naar beneden, en 3 percent naar boven. Maar als we die foutenmarge doorcalculeren naar het aantal zetels, dan komen we tot een verrassend resultaat, die bepaalt of de huidige coalitie op federaal niveau verder kan. Dit en meer, in deel 3.

In deel 3 schets ik de resultaten van een monte-carlosimulatie en ga ik ermee aan de slag om de waarschijnlijkheid te bepalen dat de huidige coalitie verder kan.
Want to do a random act of kindness? Share this post.