Home » De verkiezingen door de ogen van een cijfernerd – Deel 1: Groen aan de lijn, bruin achter het scherm

De verkiezingen door de ogen van een cijfernerd – Deel 1: Groen aan de lijn, bruin achter het scherm

  • by
Want to do a random act of kindness? Share this post.
Daar zijn Phara, Lieven, Ivan, Walter en Rik weer. Een paar duizend rode potloden worden geslepen en USB-sticks volgezet. De verkiezingen zijn in aantocht. Een duidelijk thema lijkt er niet te zijn, en het enthousiasme is eerder matig. Nog een week te gaan. Een uitstekend moment om eens door de cijfers te gaan. Geen paniek, ik leg alles in lekentaal uit en leg verwijzingen waar nodig.

Dit blogbericht is deel 1 van een drieluik over de politieke peilingen naar aanloop van de verkiezingen op 25 mei.


Een paar keer per jaar worden we om de oren geslaan met een politieke peiling. Hier een procent eraf, daar een procent erbij, de sossen verliezen en de groenen zijn blij. Verschillende media leggen een potje samen om die peiling in de verschillende gewesten van ons land af te nemen. De twee peilingbureaus die het vaakst ingeschakeld worden zijn TNS/Kantar en Ipsos. Daarnaast duikt ook Dedicated regelmatig op.


Als we al die peilingen naast elkaar leggen, dan komen we tot een trendlijn tussen 2014 en 2019. De verticale lijn is de dag van de verkiezingen in 2014, de horizontale (roze) lijn is het niveau van elke partij op die dag. De blauwe lijnen zijn de courante betrouwbaarheidsintervallen die gehanteerd worden. De stippellijn is de kiesdrempel. Er vallen direct enkele zaken op:
  • De N-VA lijkt een paar procentpunten te verliezen. Die lijken op het eerste zicht voornamelijk gerecupereerd te worden door het Vlaams Belang, die op het hoogtepunt van de Europese vluchtelingencrisis garen lijkt te spinnen bij het prominenter worden van het thema identiteit & migratie.
  • De lijdensweg van SP.a-voorzitter John Crombez lijkt tot een einde te komen. Terwijl zijn partij bij de verkiezingen van 2015 nog goed was voor ongeveer 15%, daalde dat aandeel tot ongeveer 10% in het najaar van 2018. Ondertussen lijken de sociaal-democraten te rebounden. Een tegenovergestelde beweging zien we bij groen, die een ongezien aandeel lijkt te gaan halen, maar waar het de euforie intussen getemperd mag worden.
  • Ook CD&V boert eerder achteruit. Een gestage daling zorgt ervoor dat het moet knokken om de titel van ‘tweede grootste partij in Vlaanderen’ te behouden.
  • Dat terwijl er voor Open VLD virtueel eigenlijk weinig wijzigt. De meeste peilingen bevinden zich binnen die foutenmarge. Desalniettemin zien we in de laatste peilingen wel significante dalingen.
  • Zo’n tien jaar na het omhelzen van de ‘parlementaire weg’ is de PVDA op snelheid om haar eerste zetel — Franstalige kameraden van de PTB buiten beschouwing gelaten — te bemachtigen.

Er zijn echter twee belangrijke bedenkingen hierbij te plaatsen. (1) De peiling heeft meestal een vrij grote foutenmarge — 3% boven en onder de geschatte waarde, bij een theoretische partij met 50% van de stemmen. (2) De peilingen bevatten bias. Zo lijkt bij TNS de renaissance van het voor racisme veroordeelde Vlaams Belang minder sterk te zijn dan bij Ipsos. Daartegenover is de “Groene klim” bij TNS een stuk groter dan bij concurrent Ipsos. Ook Open VLD en CD&V lijken het bij TNS consequent beter te doen. Vertekeningen lijken zelfs te wijzigen, het verschil bij beide bureaus lijkt tussen 2015 en 2019 alleen maar te vergroten bij Groen.

Het is interessant om te onthouden dat de peilingen respectievelijk telefonisch en digitaal worden afgenomen. Dit kan erop wijzen dat respondenten telefonisch sneller geneigd zijn om sociaal wenselijk te antwoorden: Groen is toch sympathieker dan Vlaams Belang, niet? Een digitale bevraging gebeurt vanachter een scherm(pje): respondenten hoeven niet te vrezen dat er gefronsd zal worden als ze aangeven voor het Vlaams Belang te zullen stemmen. Bijvoorbeeld: in 2016 schreef ik al dat het gemakkelijk is om een internetkruisvaarder te zijn, geborgen in het sacrale licht van een display.

Los van die valkuilen blijven langetermijntrends zeer interessant. Je zou het soms vergeten maar verkiezingen zijn geen strijd van “om ‘t er ‘t meest” maar eerder van “meer dan ‘n ander”. Gewonnen percentpunten moeten van ergens komen: de één zijn dood, is de ander zijn brood. Dit kunnen we in kaart brengen door de correlatie tussen de verschillende partijen onderling te bekijken.

In deze correlatieplot plaatsen we de verschillende partijen tegenover elkaar — horizontaal vs verticaal. Een blauw vakje betekent dat ze eerder samen naar omhoog en omlaag gaan. Een rood vakje betekent dat als de ene stijgt, de andere daalt. Een vakje met een kruisje door, dat is statisch niet significant. Opnieuw enkele interessante bevindingen:
  • Groen en PVDA bewegen hand in hand, dat zou erop kunnen wijzen dat zij weinig kiezers hebben die tussen de twee partijen zweven en wisselen. Hun kiezers zijn namelijk complementair, en dat ligt in lijn met het beeld dat beide partijen zich op een andere doelgroep richten. Groen lijkt voornamelijk haar stemmen bij SP.a te halen, waar een zeer sterke negatieve onderlinge correlatie te zien is.
  • Zoals verwacht lijkt N-VA dan weer haar stemmen aan Vlaams Belang te verliezen. Maar er lijkt ook een negatieve correlatie met Groen te zijn. Zweven kiezers tussen beide partijen? Die vraag kan eigenlijk niet beantwoord worden. Het is namelijk zo dat terwijl Groen stijgt (door stemmen bij SP.a te halen), N-VA daalt — maar waarschijnlijk aan Vlaams Belang. Correlatie is geen causatie, nietwaar?
  • CD&V en Open VLD lijken dan weer weinig zwevende kiezers te delen. Het is echter zo dat er een negatieve correlatie is tussen de liberalen en Vlaams Belang.

In dit deel ging ik dieper in op enkele facetten die in de peilingen verscholen liggen. In deel 2 probeer ik deze informatie te gebruiken om een accurater beeld van het politiek landschap te krijgen… en om een gokje te wagen of de huidige coalitie verder zal kunnen na 25 mei.
Want to do a random act of kindness? Share this post.